Breed motorisch opleiden


Niet de sport maar de diverse beweegvaardigheid van de persoon centraal.

Woensdag 14 oktober was de eerste workshop ‘OntwikkelFasegericht Opleiden’. Vanwege corona-maatregelen is gekozen om deze bijeenkomst online te organiseren.

 

Een Afrikaans gezegde luidt: ‘It takes a village to raise a child’.

Samen met alle betrokkenen rondom het bewegende kind ondersteunen we kinderen bij het vinden van variërende beweegmogelijkheden. In Nederland doen we dat idealiter met onder andere: scholen, wijken, ouders en sportaanbieders. Vanuit deze gedachte is in Arnhem het 2+1+2 concept ontwikkeld, om kinderen op basisschool leeftijd te helpen om meer en beter te bewegen.

Dit artikel beschrijft hoe je kinderen breed motorisch kan scholen en is een samenvatting van de online workshop: OntwikkelFasegericht Opleiden, deel 1: het kind tot 12 jaar.
Deze workshop is woensdag 14 oktober 2020 verzorgd voor het Talenten-Club Netwerk Arnhem door Jan Willem Teunissen (HAN Acadmie Sport & Bewegen, wetenschappelijk directeur 4Itruvian en grondlegger Athletic Skills Model). Jan Willem gaf toelichting hoe je naar breed motorische scholing kan kijken en waarom het zo waardevol is.

 

De ‘bril’ waarmee we moeten kijken ziet de individu en niet de sport

Zie de sporter als een individu met verschillende kwaliteiten die hij of zij binnen verschillende sporten toe kan passen. Als we enkel vanuit een specifieke sport denken, zien we enkel het kind als bijvoorbeeld: een voetballer, gymnast of judoka. Of nog smaller: aanvaller, rekstok specialist of verdedigende judoka. Vanuit dit perspectief hoor je trainers en coaches nog weleens zeggen: "Nee, maar mijn sport is heel anders." en blijven verbindingen tussen verschillende sporten uit.
Veel breder wordt het als we uitzoomen. Dan zien we ineens het totale palet aan beweegvaardigheden waarover het kind beschikt. Dan pas zien we de mogelijkheden die een kind in verschillende sportsituaties heeft.

De olifant met de 6 blinde mannen biedt een mooie metafoor. 

 

De ‘geletterde’ beweger heeft een grote diversiteit aan beweegvaardigheden

De diversiteit aan beweegvaardigheid ontwikkel het kind in wat Coté de sampling-fase noemt. De (leeftijds)fase waarin je verschillende beweegvaardigheden ervaart en aanleert in afwisselende sportcontexten. Dit in tegenstelling tot het vroeg specialiseren, waarin een kind relatief snel goed wordt in een smalle set beweegvaardigheden en geen ruimte krijgt om andere vaardigheden te ervaren en aan te leren.

 

In de praktijk blijkt dat een grote groep sporters beweegervaringen heeft opgedaan in andere sporten.
Lijst van topsporters die voorheen een andere sport beoefenden.

 

Diverse redenen om breed motorisch te scholen

Door de breed motorische scholing ontstaat een breed palet aan beweegmogelijkheden. Hiermee kan de betreffende persoon in meerdere sportcontexten uit de voeten (waardevolle bagage voor een leven lang sportplezier). Daarnaast draagt het bij aan reductie van uitval door blessure of verlies aan interesse door eentonigheid. En… voegt het creativiteit toe in de sportcontext.

 

Had Jerome Simpson bovenstaande actie gemaakt als hij de vaardigheid om een salto uit te voeren niet in zijn keuzepalet van beweegmogelijkheden had zitten? Het betreft in ieder geval geen getrainde standaard American Football vaardigheid.
 


Vanuit Australia Sport benoemen ze naast creativiteit de andere voordelen van motorische geletterdheid.

 

De theorie achter dit praktijkvoorbeeld van bewegingscreativiteit is de ‘constraint led approach’ (passende beweegaanpak binnen beperking). De uitgevoerde beweging is daarbij afhankelijk van eigenschappen van het individu, omgeving en de taak.

  • Ruimte die de fysieke omgeving biedt (bijvoorbeeld de betreffende deelnemers en het speelveld waarbinnen de acties plaatsvinden. Jerome heeft geen ruimte om zijwaarts uit te wijken vanwege de kadering van het speelveld en insluiting door verdedigers. Wel is er voor hem nog ruimte voor een afzet en is er boven de verdediger ruimte om te passeren)
  • Taak (opdracht) die de sporter of het team heeft uit te voeren (bijvoorbeeld de bal ontvangen van de quater back om vervolgens een touch down te scoren)
  • Individu en zijn/haar keuzepalet aan beweegmogelijkheden die hij/zij binnen de context van ruimte en taak kan inzetten. (bijvoorbeeld het maken van een salto over iemand heen).
     

 

Hoe begin je met breed motorische scholing?

Als trainer beoordeel je in welke mate je verschillende beweegvaardigheden tijdens (sport)trainingen aanbiedt. Vaardigheden waarvan blijkt dat deze weinig of zelfs niet aan bod komen vormen het hiaat in de breed motorische ontwikkeling van het kind. Deze hiaten vul je op door passende beweegvormen toe te voegen aan bijvoorbeeld de warming up of als kernonderdeel van de training.
Inspiratie voor dergelijke vormen kan je ophalen bij andere sporten waarbij het kernvaardigheden betreffen. Zo kom je een keer bij een ander in de ‘keuken’.
Ook haal je inspiratie uit de verschillende video’s op www.prestatiecentrum.com en is er een voornemen om met aangesloten sportaanbieders tot een aantal breed motorische warming ups te komen.

Hiaten en overeenkomsten tussen sporten worden inzichtelijk met behulp van het bijgevoegde  excel-instrument (zie bijlage). Dit is een concept wat Jan Willem met collega’s van de Universiteit van Gent en HAN Academie Sport en Bewegen heeft ontwikkeld om breed motorisch opleiden en transfers tussen sporten mogelijk te maken.

 

Wil je meer weten over breed motorisch scholen? Of wil je bijdragen aan de ontwikkeling van concrete oefenvormen? Laat het dan weten via contactformulier of stuur een e-mail