Coördinatieve vermogens


Coördinatie is het op het juiste moment aansturen van lichaamsbewegingen en vormt een belangrijk deel in sportprestaties. Een beter coördinatief vermogen zorgt dat bewegingen efficiënter worden uitgevoerd (Singh & Saini, 2017). Dit stelt de sporter in staat zich beter aan te passen in verschillende situaties.

Bernstein definieert coördinatie als: ‘’coördinatie is de organisatie van de besturing van het motorische systeem’’. Ookwel alle aspecten die invloed hebben op het menselijk beweeggedrag (Wormhoudt, Teunissen & Savelsbergh, 2012).

Sporten lijkt simpel. Maar als we beter kijken, dan zien we complexe reeks van bewegingen met grote variatie mogelijkheden. Verschillende sporten vragen om verschillende beweegkwaliteiten en manieren van informatieverwerking, oftewel verschillende soorten coördinatieve vermogens (Singh & Saini, 2017). Deze coördinatieve vermogens verdelen we in zes ‘clusters’ waarin we beweegkwaliteiten kunnen onderbrengen.

Een specifieke sporthandeling bestaat uit verschillende coördinatieve vermogens. Het herkennen van deze vermogens, stelt de trainer in staat om de oorzaak van beweegproblemen te duiden en effectief oefenstof aan te passen. Bij het ontwikkelen van een specifiek vermogen ligt de grootste uitdaging bij het zo goed mogelijk isoleren van het betreffende vermogen om het na verbetering weer terug in de sportsetting te brengen waarbij ook andere coördinatieve vermogens een rol spelen. Bij het isoleren zal je merken dat er vrijwel altijd andere vermogens de handeling ondersteunen. Hoe beter je kan isoleren, des te gerichter kan je aan het specifieke vermogen werken.

Allemaal nog vrij abstract, kunnen wij ons voorstellen. Laten we de verschillende coördinatieve vermogens eens doornemen:

  

Het evenwichtsvermogen

De balans bewaren en herstellen is constant aanpassen aan de situatie. Eén van de eerste gedachten gaat al snel naar het op één been balanceren of op een kleine, ongelijkmatige of instabiele ondergrond staan als een evenwichtsbalk, het strand of een Bosubal. Naast het behouden van ons evenwicht in stilstand (statisch) hebben we hier ook mee te maken in beweging (dynamisch). Denk bijvoorbeeld aan fietsen, waarbij je continu (ongemerkt) je balans herstelt terwijl je benen op en neer gaan en je armen het lichaamszwaartepunt verplaatsen.  Een betere balans zal binnen spelsporten bijvoorbeeld lijden tot minder tempoverlies bij acties. Een goede balans geeft controle over het lichaam. 
De balkoefening van Sanne Wevers vraagt veel van dit vermogen... 

 

Voorbeelden van evenwicht zijn:

  • stand-evenwicht bv. stilstaan op een been
  • balanceer-evenwicht bv. lopen op een balk
  • draai-evenwicht bv. een pirouette tijdens turnen en dansen
  • sprongevenwicht bv. bij het afzetten en neerkomen van een sprong
  • vluchtevenwicht bv. Verschillende bewegingen uitvoeren tijdens een sprong van de duikplank.

Ook tijdens rij- en glijbewegingen is een veelzijdig evenwichtsvermogen noodzakelijk. Denk aan skeeleren, skateborden en fietsen. En bij glijden aan snowboarden, skiën, en schaatsen maar ook op een gladde vloer met sokken of op een zeepbaan glijden.

 

Het koppelingsvermogen

Denk bij koppelingsvermogen aan drie hoofdvormen: verschillende bewegingen die elkaar zo efficiënt mogelijk opvolgen, het zo efficiënt mogelijk veranderen van beweegrichting en het op elkaar afstemmen van de ledenmaten ter versterking van elkaar of zelf bij afwijkende opdrachten.

Het is belangrijk dat het koppelen van bewegingen al vroeg wordt ontwikkeld in spel- en oefenvormen van makkelijk naar moeilijk. Het koppelingsvermogen kan je ontwikkelen door bijvoorbeeld oefeningen achter elkaar te plaatsen of te verlengen. Naast het koppelen van bewegingen is het ook interessant om te ontkoppelen door een beweging uit elkaar te halen en los van elkaar te trainen. De politie heeft een mooi voorbeeld van het koppelingsvermogen in de vorm van een beweegparcours... 

 

Voorbeelden van het koppelingsvermogen zijn:

  • koppelen van bewegingen: het dribbelen met een bal en vervolgens afronden
  • koppelen van richtingen: het rennen van een agility parcours, waarbij je iedere pion van richting moet veranderen.
  • (ont)koppelen van ledenmaten: tijdens het rennen met de handen boven het hoofd klappen (ontkoppelen) of juist de samenwerking tussen benen, romp en armen bij het zo hard mogelijk gooien van een tennisbal (koppelen: uitstappen, romprotatie en worp vanuit schouder moeten elkaar vloeiend opvolgen).

 

Het kinetischdifferentiatievermogen

Afstemmen van de snelheid en richting van eigen lichaam(sdelen) en voorwerpen in de omgeving noemen we het vermogen om kinetisch te differentiëren. Kan je inschatten hoe hard je moet afzetten om in het midden van de hoepel te springen? Kan je timen dat jouw hand op de juiste plaats is en op het juiste moment sluit om een tennisbal te vangen? Kan je inschatten waar een bal land? Of hoe snel een teamgenoot op je afrent?

Bij het kinetisch differentiatievermogen ben je bezig met het inschatten van snelheden in je omgeving als ook die van jouw beweging. Waar beweegt het naartoe en hoe land duurt het voor het ergens is.

Binnen kinetisch differentiatievermogen is er een continu samenspel van: afstand en richting inschatten, krachten en snelheid die in een beweging stopt of aan een voorwerp (bijvoorbeeld een bal) meegeeft en het timen van je handelingen.

 

Voorbeelden van kinetischdifferentiatievermogen zijn:

  • afstand en richting: inschatten van de balbaan tijdens volleybal
  • kracht en snelheid: de afzet bij een sprong op de kast of hoe hard je een bal gooit
  • timing: het raken van een bal tijdens slagbal

Al deze facetten samen zorgen dat je in staat bent om bijvoorbeeld een bal in een mand te gooien, een tennisbal in het servicevak te slaan of een voetbal in de ruimte te passen bij opkomende teamgenoot. Of in extreem geval: Cristiano Ronaldo die een bal kopt in het donker...

 

Het ruimtelijkoriëntatievermogen

Met ruimtelijkoriëntatievermogen bedoelen we het hebben van overzicht in tijd en ruimte. Dit ten aanzien van zichzelf en van objecten en spelers om je heen. Het is het vermogen om constant je positie te bepalen in de ruimte ten opzichte van je teamgenoten, je tegenstanders, je omgeving of het materiaal.

Uit onderzoek is gebleken dat ’s werelds beste voetballers zich onderscheiden van de iets minderen doordat ze continu de spelomgeving scannen. Hoe vaak scand Fank Lampard zijn omgeving...?

 

Voorbeelden van ruimtelijkorientatievermogen zijn:

  • geblinddoekt naar een cirkel lopen die eerder al is gezien
  • sporters op signaal naar een benoemde kleur pion laten lopen
  • een sprinter die weet waar zijn achtervolgers zich bevinden (de laatste meters al uitrollen of nog alles geven?)

 

Het reactievermogen

Het snel en doelmatig kunnen beslissen en handelen op basis van zien, horen en voelen valt onder het reactievermogen. Dit kan op verwachte en onverwachte signalen. Spelvormen zijn erg geschrikt om dit vermogen te trainen. Er moet bijvoorbeeld snel gereageerd worden op een actie van een tegenstander. Denk hierbij aan keepers die met een katachtige reflex hun hand nog tegen de bal krijgen...
 

 

Voorbeelden van reactievermogen trainen zijn:

  • bal vangen die een trainer laat vallen
  • het wegstappen bij een judoworp
  • sprinten op een startteken

 

Het ritmisch vermogen

In veel sporten zitten passende ritmes en ritmewisselingen opgesloten. Denk simpelweg aan het stuiten van een basketbal, het geleidelijk vergroten van je passen tijdens een acceleratie of juist het verkleinen hiervan als je wilt afremmen.

Ritme en behendigheid zijn sterk met elkaar verbonden. Binnen spelsporten moeten pasritme, paslengte en de vluchttijden continu aangepast worden aan de nieuwe omstandigheden. Het herkennen en spelen met ritmes zorgt dat je efficiënter aan kan passen. Iemand die met constante lange passen van richting wil veranderen, doet dit minder snel dan iemand die zijn paslengte verkleint vlak voor de bocht en na de bocht geleidelijk aan weer verlengt.  Met spelvormen, behendigheidsbanen of op heuvelachtig terrein worden loopritmes impliciet getraind. Meer expliciete vormen zijn ladderwerk en loopscholingsvarianten. Een andere vorm van ritme is te zien in het BMX-en, waarbij je de fiets ritmisch over de bultjes 'pompt'...

 

Voorbeelden van ritmisch vermogen zijn:

  • ladderwerk en loop ABC/ loopoefeningen
  • stuiteren van een bal over afwisselende ondergronden (differentieel leren: vloer, speelmat, bank)
  • oefeningen uitvoeren op muziek, bijvoorbeeld het stuiteren van een bal op de maat 

 

Tot besluit…

Officieel zijn er 7 coördinatieve vermogens. Aanpassingsvermogen hebben we in dit artikel niet behandeld, omdat het naar onze mening altijd een nauwe samenhang heeft met de andere zes vermogens. Je laat namelijk telkens aanpassen door een nieuw beweegprobleem voor te leggen binnen de benoemde zes vermogens. Het continu opvolgen van nieuwe beweeguitdagingen, noemen we ook wel differentieel leren. Hierover meer in een toekomstig artikel.

Bij onze inspiratie-video’s vind je oefeningen om de coördinatieve vermogens te ontwikkelen. Met de filter kan je zoeken naar het vermogen dat jij wilt trainen.

 

Singh, H & Saini, A. (2017). Relationship of coordinative ability with the skills of basketball. 

Wormhoudt, R., Savelsbergh, G., Teunissen, JW, Davids, K (2017). Athletic Skills model for optimizing talent development through adaptability and variation. Nieuwegein: Arko Sports Media BV

 

 


Naam: Dylan van de Meeberg

Verbonden aan: HAN Sportkunde, Stichting Tophandbal Gelre

Beroep & Expertise: Fitness- en beweegcoördinator, Personal Trainer, Fysiek trainer, Student Sportkunde.

Korte samenvatting: Dylan is een sportinstructeur die zich continue verder ontwikkelt als kracht- en conditietrainer. Zijn kwaliteit ligt met name bij krachttraining en het werken met een halter. Verdere interesse ligt bij voeding en creatieve manieren van bewegen. Door veel ervaring op te doen bij het training geven en volgen ontwikkelt hij zich elke dag.

Wat heeft u geïnspireerd? Het lichaam dat zich steeds weer ontwikkeld en het effect dat krachttraining daarop heeft. Om zowel in (top)sport als in het dagelijks leven te excelleren. Het is geweldig om een sporter te zien ontwikkelen, dankzij jouw bijdrage.


Naam: Nout van der Velden

Verbonden aan: Sportbedrijf Arnhem (consulent talentontwikkeling) – Topsport Gelderland (expert Strength & Conditioning) – Topsport Oost (vakgroep Strength & Conditioning)

Beroep & Expertise: Ondersteunen van sporters en sportaanbieders bij vraagstukken omtrent de ontwikkeling van talent. Met een specialisme op het trainen, meten en adviseren omtrent sport functioneel presteren.

Korte samenvatting: Nout is een gespecialiseerde generalist. Hij is sportinstructeur in kracht- en conditietraining, adviseur in sportvoeding en manager in sport. Bij gebrek aan een specialistische vervolgopleiding heeft Nout een eigen opleidingsomgeving - ‘wind shield’ - ingericht. Met verschillende experts als opleiders en sparringpartners ontwikkelt hij zich iedere week weer.

Wat heeft u geïnspireerd? Plekken waar iets ‘magisch’ gebeurt. Waar uitzonderlijke talenten uit voortkomen. Een aantal van deze plekken kom ik zelf in het werkveld tegen, anderen staan beschreven in boeken als: ‘The Talent Code’ (Daniel Coyle) en ‘The Gold Mine Effect’ (Rasmus Ankersen).